De Valk Wekerom Uw partner in diervoerders.
De Valk Wekerom Kwaliteit, continuïteit en betrouwbaarheid staan centraal.
De Valk Wekerom Gespecialiseerd in mengvoeders.

Droogstand, de start van de lactatie

De opstart van de lactatie wordt als een van de kritische momenten gezien van een melkkoe.

Er zijn een hoop veranderingen, de melkproductie komt op gang en opstartproblemen als gevolg van energie- of mineralentekort liggen op de loer.  Alle aandacht gaat daarom vaak naar de groep dieren van 0 tot 60 dagen. Heel belangrijk natuurlijk, maar de echte aandacht begint al de lactatie ervoor.

 

De grootste issues waar een opstartende melkkoe tegenaan loopt is melkziekte als gevolg van calciumtekort en slepende melkziekte als gevolg van energietekort. Dit zorgt vervolgens voor een Negatieve Energie Balans met het gevolg dat de koe inteert op haar reserves. Vaak praten we dan over vetafbraak en conditieverlies. Maar minder zichtbaar is dat de koe ook spieren gaat afbreken om eiwittekorten te compenseren. De afbraak van lichaamreserves zorgt voor een hoger melkvetgehalte en laag melkeiwitgehalte. Wanneer dit te extreem wordt ziet u een ketose-melding op uw MPR. Een energietekort heeft vervolgens veel effect op de weerstand, waardoor ook andere gezondheidsproblemen veroorzaakt worden zoals klauwproblemen, vruchtbaarheid en mastitis. De oplossing wordt vaak gezocht in meer en luxer voeren in de lactatie. om het energietekort op te vangen wordt het voer geconcentreerder en wordt er meer krachtvoer gevoerd. Om vruchtbaarheid en mastitis te verbeteren worden dure toevoegingen ingezet die de weerstand moeten ondersteunen. Allemaal logische maatregelen, maar maatregelen die hooguit de puntjes op de i zijn. Het echte werk moet vóór de komma gedaan worden en daarvoor moeten we terug naar het einde van de vorige lactatie.

Meer dan 200 dagen aan de melk

Wanneer een koe meer dan 200 dagen aan de melk is, begint de succesfactor van de volgende lactatie. Of eigenlijk al eerder, het moment van insemineren. Tijdig drachtig worden betekent dat de lactatie niet onnodig lang duurt en de koe geen tijd heeft om te vervetten. Dat is dan ook het grootste risico in de laatste 100 dagen van de lactatie. De koe krijgt een goed basisrantsoen, veel bestendig zetmeel en te weinig eiwit. De koe gaat vervetten. Bij een conditiescore van vier of hoger is de koe te dik om de droogstand in te gaan. Voorkom dus te vette koeien.

Droogstand

Het grote belang in de droogstand zit hem in vier punten:

1. Voeropname

De voeropname is ontzettend belangrijk. De koe moet getriggerd blijven om veel voer op te nemen. Hierdoor kan ze bij het begin van de lactatie ook snel voldoende voer opnemen. Een kg droge stof extra inname bij de lactatiestart heeft veel meer effect dan het VEM-gehalte van het rantsoen verhogen. De voeropname verhogen in de droogstand kan door smakelijk voer. Smulsiroop past daarom perfect in een droogstandsrantsoen.

2. Lage nutriënt dichtheid

Voeropname moet hoog zijn, de energie- en eiwitopname niet. Dit betekent dat het aandeel energie en eiwit in het droogstandsrantsoen niet te hoog mag zijn, anders raken de koeien hier alsnog vervet. Hetzelfde geldt voor de mineralenopname, en dan vooral calcium en kalium. De koe moet getriggerd blijven voldoende calcium op te nemen uit het voer, terwijl de behoefte aan calcium in de droogstand laag is. Hierbij geldt dat bij weinig calcium voeren de koe extra moeite moet doen om de calcium op te nemen. Door hierop ‘getraind’ te blijven is de opname in de lactatie ook beter. Dit is de reden dat droogstandsrantsoenen verdund dienen te worden met stro.

3. Opbouw naar het afkalven

Richting het einde van de droogstand groeit het kalf nog erg hard en neemt steeds meer ruimte in. De opname van voer wordt lastiger voor de koe terwijl  het groeiende kalf en de opstartende biestproductie wel meer energie en eiwit vragen. Daarom is het belangrijk om aan het eind van de droogstand extra energie en eiwit te geven. Een droogstandsbrok voeren in de laatste twee weken kan hierbij helpen.

4. Kwaliteit biest

Door een optimale droogstand produceert de koe genoeg en hoogwaardige biest. De kwaliteit van de biest is makkelijk te meten met een refractometer. Hierdoor wordt de kwaliteit van uw kalveren ook hoger. Het perfecte droogstandsrantsoen is daarom een mix van de juiste componenten zoals stro, kuil en mais, aangevuld met een mix om het pensmodel te synchroniseren. Dit wil zeggen dat we ook bij de droogstand rekening houden met de afbraaksnelheden in de pens. Dit is erg belangrijk voor de penswerking en daarmee voor de voeropname. Dit alles uiteraard aangevuld met droogstandsmineralen.

Droogstandsbalen

Om een compleet droogstandsrantsoen te maken is mengen noodzakelijk. Het kost veel tijd om dit dagelijks te doen. Bovendien zijn de porties vaak te klein voor de mengwagen. Voor twee dagen voeren wordt dat gedaan in de praktijk. Maar let op, de tweede dag is de smakelijkheid al een stuk minder. Zeker in de zomer. Een andere optie is om droogstandsbalen te maken. Een keer in het kwartaal wordt een grote hoeveelheid droogstandsrantsoen gemaakt en in balen geperst en gewikkeld. Hierdoor kan er regelmatig een verse baal aangesneden worden die perfect aansluit bij de vraag van de koe. De mineralen voert u wel los bij. Deze mogen er niet bij ingekuild worden. Een goede vuistregel is dat er voor elke droogstaande koe één baal nodig is per droogstand. Oftewel, worden er het aankomende kwartaal 30 koeien drooggezet, dan zijn er 30 droogstandsbalen nodig.

 

DROOGSTANDSASSORTIMENT DE VALK WEKEROM

Presto Droogstandsbrok (3040 in zakgoed)

Een brok speciaal om in de laatste 2 weken bij te voeren in de droogstand.  Dit bereidt de koe voor op een goede start van de lactatie. De brok staat in zakgoed op voorraad waardoor het makkelijk is om in kleine hoeveelheden te verstrekken.

Presto Opstartbrok (3042)

Een brok die de koeien na het afkalven helpt om goed in productie te komen.

Vitaal toptrans (3044)

Een brok die gedurende de gehele transitie ingezet kan worden van 3 weken voor het afkalven tot 3 weken erna. Dit geeft veel gemak.